BEHANDELING
Oestrogeen — werking
Hoe oestradiol bij feminiserende hormoontherapie (MTF) ingrijpt op het lichaam.
Wat is het
Bij feminiserende hormoontherapie wordt 17β-oestradiol toegediend: het belangrijkste menselijke oestrogeen. Toedieningsvormen zijn orale tabletten (oestradiolvaleraat), transdermale pleisters of gels, of intramusculaire injecties (oestradiol-enantaat, -valeraat, -cypionaat). Synthetische ethinyloestradiol wordt niet meer gebruikt vanwege trombose-risico. De transdermale weg geeft een gunstiger metabolisch profiel dan orale toediening; injecties geven de hoogste pieken maar ook de grootste schommelingen.
Receptorbinding
Oestradiol bindt aan de oestrogeenreceptoren ERα en ERβ in talloze weefsels: borstklier, vet, bot, vaatwand, lever, hersenen. Het is een steroïdhormoon en passeert celmembranen om in de celkern de gentranscriptie te veranderen. Dat verklaart waarom de effecten over maanden opbouwen — eiwitsynthese moet plaatsvinden. Onderzoek naar specifieke verschillen tussen orale, transdermale en parenterale toediening (Tangpricha 2017, Iwamoto 2019) wijst op verschillen in lipidenprofiel en trombose-risico.
Onderdrukking van testosteron
Bij een biologische man ligt testosteron rond 10-30 nmol/L. Voor feminiserende werking moet dat omlaag naar minder dan 2 nmol/L. Oestradiol alleen onderdrukt LH/FSH via negatieve feedback, maar onvoldoende. Daarom wordt vrijwel altijd een anti-androgeen toegevoegd:
Cyproteronacetaat (Androcur): in Nederland en Duitsland standaard. Blokkeert de androgeenreceptor en onderdrukt LH. Risico op meningeoom bij hogere doses (EMA-waarschuwing 2020) — een ernstige bijwerking die in de huidige Nederlandse voorlichting nog niet altijd voldoende aandacht krijgt.
Spironolacton: in de VS gebruikelijk. Diureticum dat ook de androgeenreceptor blokkeert. Bijwerkingen: hyperkaliëmie, hypotensie.
GnRH-agonist (triptoreline): chemische castratie via de HPG-as.
Feminiserende effecten
Volgens de Endocrine Society Guideline 2017:
Borstgroei (Tanner 2-3, zelden 4): begint na 3-6 maanden, maximaal na 2-3 jaar. Onomkeerbaar.
Vetherverdeling naar heupen/dijen: 3-6 maanden.
Huid zachter, talgproductie lager.
Testes krimpen 25-50%: onomkeerbaar verlies van fertiliteit bij langdurige onderdrukking.
Spiermassa daalt 5-15%.
Erecties verminderen, libido daalt.
Niet veranderbaar door oestrogeen: stem (eerder testosteron-effect blijft), baardgroei (alleen tijdelijk verminderd), skelet- en handgrootte, larynx. Bij MTF-transitie na de puberteit blijven dus mannelijke kenmerken zichtbaar.
Levenslange afhankelijkheid
Na orchidectomie produceert het lichaam geen geslachtshormonen meer. Stopt iemand met oestradiol, dan ontstaat een hormoonloze toestand met versneld botverlies en cardiovasculair risico. Bij voortzetting van therapie is monitoring nodig (lipidenprofiel, leverfuncties, prolactine, bloeddruk). Zie levenslange medische afhankelijkheid en risico's van oestrogeen.