Korte termijn
Hematoom (4-10%): nabloeding onder de huidlap, vereist soms heroperatie.
Seroom: vochtophoping, meestal te puncteren.
Wondinfectie (2-5%): vaak oppervlakkig, soms vereist een tweede ingreep voor débridement.
Tepeltransplantaat-necrose: bij free nipple graft 5-10% gedeeltelijk verlies, 1-3% totaal verlies. Bij totaal verlies blijft een gepigmenteerde, niet-functionele plek over of moet tatoeage uitkomst bieden.
Diepe veneuze trombose (zeldzaam) — risico verhoogd bij gelijktijdige hormonale therapie.
Lange termijn — esthetiek
Hypertrofische of keloïde littekens: huid in dat gebied is gevoelig voor verbreding en verdikking. Bij genetische aanleg (vooral donkere huidtypes) is dit risico aanzienlijk.
Dog ears: weefseluiteinden aan de uiteinden van de incisie. Vraagt vaak revisie.
Onregelmatigheden in contour, asymmetrie.
Tepelmalpositie (te hoog, te laag, te ver naar mediaal of lateraal).
Resterende borstweefsel-zwellingen ("dog ears" of vetwallen rond het litteken).
Sensorisch en functioneel verlies
Erotisch tepelgevoel verdwijnt vrijwel volledig bij free nipple graft. Bij peri-areolair of keyhole blijft het beter behouden maar is altijd verminderd. Lactatievermogen is volledig verloren (zie procedure). Sommige patiënten ontwikkelen chronische pijn of overgevoeligheid in het litteken — een neuropathisch pijnsyndroom dat moeilijk behandelbaar is. Tactiele sensatie van de borstwand zelf is doorgaans ook verminderd.
Borstkanker-screening
Resterend borstklierweefsel kan nog kanker ontwikkelen, ook na mastectomie. Bij FTM-mastectomie ligt resterend klierweefsel vaak hoger dan bij oncologische mastectomie — preventieve techniek is minder gericht omdat het doel cosmetisch was, niet oncologisch. Screening blijft geadviseerd, met palpatie en eventueel echo bij klachten. Een Nederlands FTM-cohort rapporteerde recent enkele gevallen van postmastectomie-borstkanker, een onderbelicht risico.
Spijt en detransitie
Studies over spijt verschillen sterk in definitie en follow-up. De Amsterdam-cohort van Wiepjes (J Sex Med 2018) noemt spijt-percentages van 0,3-2% — gebaseerd op verzoek tot heroperatie. Recente datasets met langere follow-up en uitgebreidere definities (Littman 2021, MacKinnon 2022) tonen detransitie-cijfers van 5-13% bij jongvolwassenen die met FTM-mastectomie zijn ingestapt. De Cass Review (2024) bevestigt dat klassieke spijt-cijfers methodologisch ontoereikend zijn. Borstweefsel komt niet terug; reconstructie met implantaten geeft volume, geen klier en geen sensatie.
Iatrogene schade
Bij detransitie blijft mastectomie de meest visueel permanente schade. Detrans-getuigenissen (Vandenbussche 2022, Detrans Awareness Network) noemen de borstoperatie consistent als grootste spijt. Voor informed consent betekent dit dat de mogelijkheid van toekomstige spijt expliciet onderdeel moet zijn van de voorlichting — niet als bijzaak maar als reëel uitkomstscenario.